Benieuwd wat er allemaal gebeurt op de boerderij? Wie daar wonen en werken? En waar de koeien gemolken worden? Je leest er meer over op deze pagina.
Een melkveehouderij houdt koeien om melk te produceren, speciaal voor de mens. De boer of boerin die zo'n bedrijf runt, noemen we een melkveehouder. De meeste melkveebedrijven in Nederland zijn familiebedrijven die al generaties lang bestaan. In Nederland zijn zo'n 13.000 melkveehouderijen. Het gemiddelde aantal koeien per melkveebedrijf in ons land ligt op dit moment op 114. Bij biologische melkveebedrijven ligt het gemiddelde aantal koeien per bedrijf iets lager; rond de 87 koeien.
De melkveehouder zorgt ervoor dat de koeien elke dag worden gemolken. De meeste melkveehouders melken hun koeien 2 keer per dag met een melkmachine: vroeg in de ochtend en aan het einde van de middag of begin van de avond. Behalve als er een melkrobot is: dan kiezen koeien zelf wanneer ze worden gemolken. De melk wordt bewaard in een koeltank en eens per 2 à 3 dagen opgehaald door een vrachtwagen van de zuivelfabriek.
Naast een melkmachine of -robot kunnen koeien ook gemolken worden in een melkcarrousel: een draaiende melkstal, waar koeien in een soort draaimolen stappen. Terwijl ze rustig rondjes draaien, kan de melkapparatuur worden aangesloten op de spenen van de koeienuiers. Zo worden ze al draaiend gemolken.
Bekijk de videoOp de meeste melkveehouderijen leven de koeien afwisselend in de stal en in de wei. In de winter wonen de koeien in de stal. Er zijn verschillende soorten stallen. In sommige stallen kunnen koeien zelf kiezen wanneer ze naar binnen of naar buiten gaan. Soms is de stal halfopen. Dat betekent dat niet alle buitenmuren dicht zijn, waardoor koeien in zo’n stal meer licht en frisse lucht hebben. Sommige stallen hebben ronddraaiende borstels. De koeien vinden het lekker om eronder te gaan staan en houden zo hun vacht schoon.
Grazende koeien in een weiland zijn een bekend Nederlands plaatje. Dit noem je ook wel weidegang. Weidegang draagt bij aan het natuurlijke graasgedrag van de koe. Van het voorjaar tot in het najaar gaan koeien op melkveebedrijven met weidegang naar buiten. In Nederland komen op meer dan 78% van de melkveebedrijven de koeien regelmatig buiten in de wei.
Melk van koeien die van het voorjaar tot in het najaar ten minste 120 dagen per jaar en minimaal 6 uur per dag in de wei lopen, wordt weidemelk genoemd. Zuivelondernemingen halen deze melk apart op en verwerken deze ook apart. Van weidemelk worden verschillende weideproducten gemaakt, zoals weidekaas en weideyoghurt.
Als het grasland en de slootkanten minder vaak worden gemaaid, is er meer insectenleven. En dat is goed voor vogels en andere kleine dieren die ervan leven. Veel van die kleine dieren verwerken de mest en maken er voedingsstoffen van voor het gras.
Sommige melkveehouders laten delen van hun weiland onder water lopen zodat een 'plasdras' ontstaat. Daar komen weide- en andere vogels op af. Soms zie je ook stokken of een lint bij nesten van weidevogels. Zo weet de melkveehouder waar de nesten zijn en kan er tijdens het maaien omheen worden gereden.
Nadat de koeien zijn gemolken, gaat de melk in een grote koeltank op de boerderij, waar deze wordt bewaard op een temperatuur van 3 à 4 graden. Eens per 2 à 3 dagen komt een tankwagen - de Rijdende Melkontvangst (RMO) - de melk ophalen. Ook deze tankwagen heeft een koeltank, zodat de melk onderweg koud blijft. Bij elke boerderij wordt de melk uit de koeltank opgehaald, tot de tankwagen vol is; een volle tankwagen heeft een capaciteit van ongeveer 35.000 liter. In Nederland wordt jaarlijks zo’n 14 miljard liter melk vervoerd van boerderij naar fabriek.
Bij elke ophaling neemt de RMO-chauffeur een melkmonster en beoordeelt de melk op geur, kleur en temperatuur. Voldoet de melk niet aan de eisen, dan gaat deze niet mee in de tankwagen. De monsters worden vervolgens verder onderzocht door het onafhankelijke, gespecialiseerde laboratorium Qlip. Zo wordt de kwaliteit van de melk op elke stap gecontroleerd, voordat deze bij de zuivelfabriek aankomt.
Meldingen