Roomboter (boter) is een smeerbaar vet gemaakt van melk. Boter bestaat vooral uit afgeroomde melk (room) en een klein beetje water. Om 1 kilo boter te maken, is de room van ongeveer 25 liter melk nodig.
Boter is een beschermde naam: om boter te heten moet een product minstens 80% melkvet bevatten. Boter wordt verkocht in gezouten en ongezouten varianten, en er bestaat ook halfvolle boter, met een vetgehalte van 39 tot 41%.
Boter bevat de vitamines A, D en E. Het bevat weinig of geen calcium, vitamine B2 en vitamine B12. Boter bevat ongeveer 8 gram verzadigd vet per 15 gram (1 eetlepel) boter, op een totaal van 12,2 gram vet. Bij smeer- en bereidingsvetten geldt voor de Schijf van Vijf een criterium van maximaal 30% verzadigd vet ten opzichte van het totale vetgehalte. Boter voldoet niet aan dit criterium en staat daarom niet in de Schijf van Vijf.
Roomboter bevat 82% vet, 16% vocht en 2% vetvrije bestanddelen zoals eiwitten, vitamine A, D en E, en mineralen zoals kalium en fosfor. De meeste Nederlanders gebruiken ongezouten boter, maar er bestaat ook gezouten boter. Gezouten boter bevat maximaal 2% zout.
Grasboter is gemaakt in de periode dat koeien voor het eerst weer in de wei lopen in de lente. Dankzij het verse gras is het melkvet anders van samenstelling, waardoor deze boter onder andere beter smeerbaar is. Kruidenboter is een boter met verschillende kruiden en vaak ook met knoflook.
Bij braadboter is het vocht grotendeels onttrokken. Hierdoor bevat het 97% vet. Mede daardoor is het bijzonder geschikt voor bakken en braden. Aan braadboter is een aantal stoffen toegevoegd, waardoor de boter sneller bruin kleurt en minder spettert.
Als je verse melk van een koe een tijdje laat staan, komt er vanzelf een laagje ‘vet’ op. Dat laagje noemen we room.
Deze room bestaat uit allemaal verschillende vetbolletjes, waar vliesjes omheen zitten. Door de room hard te schudden of te stampen – oftewel karnen – gaan die vliesjes kapot waardoor de vetbolletjes aan elkaar kleven en dus samenklonteren. Het vet wordt vervolgens gepasteuriseerd (hoog verhit) waarna het vocht van het vet wordt gescheiden, waardoor boterkorrels en magere melk ontstaan.
Als je maar lang genoeg schudt of stampt, ontstaat er vanzelf boter. Alhoewel.. bijna vanzelf. Er moeten wel nog wat melkzuursels aan toegevoegd worden zodat de boter de gewenste smaak krijgt. Dit zijn goede bacteriën.
Als je het vervolgens nog even goed kneedt is de boter klaar.
Margarine lijkt op boter, maar is geen zuivelproduct. Het is net als boter een smeerbaar vet, maar dan gemaakt van plantaardige oliën. Het wordt in de fabriek gemaakt van dierlijke en plantaardige vetten zoals visolie en soja-olie. Hier worden stoffen aan toegevoegd als zout, emulgatoren, conserveringsmiddelen en kleurstoffen. Margarine bevat evenveel vet als boter. Van margarine bestaan er ook varianten met een lagere hoeveelheid vet. Bijvoorbeeld halvarine, dat bestaat voor zo’n veertig procent uit vet. Zachte margarine en halvarine uit een kuipje staan in de Schijf van Vijf.
Meldingen