Informatie voor je spreekbeurt over ‘Productie van zuivel’
In Nederland wordt de meeste zuivel gemaakt van koeienmelk. Van melk kun je bijvoorbeeld yoghurt, kaas of karnemelk maken. Het produceren van zuivelproducten bestaat uit verschillende tussenstappen. Nederland telt 27 zuivelondernemingen met samen 52 zuivelfabrieken, die jaarlijks bijna 14 miljard kilogram melk verwerken. Je leest er hier meer over.
Op een melkveebedrijf houdt de melkveehouder koeien om ze te kunnen melken. De melkveehouder verdient namelijk zijn of haar inkomen door de verkoop van melk aan de zuivelfabriek. De meeste koeien worden 2 keer per dag gemolken met de melkmachine. De melk van de koeien wordt tijdelijk opgeslagen in de melktank, waar de melk koel blijft.
Eens per 2 à 3 dagen komt de tankwagen van de zuivelfabriek langs om de tank te legen. De chauffeur van de tankwagen controleert de geur, kleur en temperatuur van de melk. Ook neemt hij een proefmonster van de melk in de melkkoeltank.
Daarna brengt hij het naar de zuivelfabriek waar er zuivelproducten van worden gemaakt.
In de zuivelfabriek wordt de melk eerst gecontroleerd en verhit. Dit heet pasteuriseren. Hierdoor gaan bacteriën dood. Vervolgens wordt de melk bewerkt, afhankelijk van het gewenste eindproduct: in grote ronddraaiende trommels kan vet uit de melk worden gehaald (voor bijvoorbeeld halfvolle of magere melk), of juist fijngemaakt door homogeniseren, zodat het vet niet meer naar boven drijft (voor bijvoorbeeld volle melk).
De gepasteuriseerde melk is een tussenproduct waarvan je verschillende soorten zuivel kunt maken, zoals kaas, toetjes of melkpoeder. Een tussenproduct heet ook wel een halffabricaat. Er zijn daarna nog verschillende stappen nodig voordat het product echt af is: het eindproduct.
Verreweg het grootste deel van de Nederlandse melk gaat naar kaas. De rest gaat naar boter en boterolie, melkpoeder, consumptiemelk of andere zuivelproducten. Een voedingsoperator houdt de machines en het productieproces in de gaten, en een laborant test altijd of de kwaliteit goed is.
Bij de productie van zuivel ontstaan ook restproducten. Een voorbeeld hiervan is 'wei'. Dat is niet de wei waar de koeien in staan, maar de vloeistof die je overhoudt bij het maken van kaas.
Vroeger werd wei vaak weggegooid. Tegenwoordig wordt dit voor van alles gebruikt, zoals in frisdranken, medicijnen of babyvoeding. Zo kan er ook waarde worden gehaald uit een rest- of bijproduct.
Als de zuivelproducten klaar zijn, gaan ze vanuit de fabriek naar de groothandel. In de groothandel worden de producten opgeslagen. En daarna gaan ze met een vrachtwagen naar de supermarkt.
Hier kun jij als consument kiezen uit allerlei zuivelproducten, zoals melk, yoghurt, kaas en boter. Of melkpoeder, slagroom, kwark, kefir, crème-fraîche, karnemelk, pudding… en meer!
Meldingen